Pedagogisch Werkboek Mollige Mol
Pedagogisch werkboek,
Naam Locatie: De Mollige Mol
Adres: Molslaan 139
Postcode: 2611 RL
Plaats: Delft
Telefoon locatie: 06-10568071 (Tosca), 06-23350764 (Guus) nog geen vast locatienummer aanwezig.
Teamleden: Guus Welle Donker, ander lid nog niet bekend
Delft de datum: december 2010
Locatie manager: Tosca van der Knaap, dagelijkse leiding Guus Welle Donker
1.Specifieke pedagogische uitgangspunten van deze locatie;
- Wij laten ons inspireren door de Visie van Jenaplan. De kinderen die op onze NSO zullen gaan komen zitten allen op Jenaplan school de Oostpoort, en wij vinden het belangrijk om deze manier van werken en omgaan met kinderen ook in de vrije tijd gestalte te geven. Naast de Jenaplan visie wordt er gewerkt vanuit de ideeën vanuit het Italiaanse Reggio Emilia.
Kinderen zijn sociale wezens, wij stimuleren ze zich met zichzelf en
met anderen bezig te houden in hun vrije tijd;
- We plaatsen de kinderen in een verticale groep met max. 20 kinderen, van 4 tot 12 jaar, zodat ze elkaar kunnen helpen, stimuleren en ondersteunen:
* Door het werken met verticale groepen zijn alle kinderen een keer
de jongste en een keer de oudsten.
* Leren kinderen spelenderwijs begrip te hebben voor elkaar.
* Leren kinderen spelenderwijs van elkaar.
* De kinderen kennen elkaar allemaal van de Jenaplan school en zijn gewend
om met verschillende leeftijdsgroepen samen te werken.
* We werken op onze locatie niet leeftijdsgericht maar activiteitgericht, welke
vaak niet specifiek aan een bepaalde leeftijd is gebonden. Het is juist
stimulerend en vruchtbaar als klein en groot samen met een activiteit bezig
zijn.
* Als kinderen uit dezelfde leeftijdsgroep wel behoefte hebben om samen iets
te ondernemen is hier altijd ruimte voor!
*D.m.v. verschillende hoeken in de leefruimte te maken, kunnen kinderen
zich terugtrekken en spelen met kinderen die dezelfde belevingswereld of
interesse hebben.
- De leidster stimuleert:
- De leidster nodigt kinderen uit en stimuleert hen om deel te nemen aan activiteiten.
- De leidster stelt activiteiten voor en verzint samen met de kinderen, helpt kinderen keuzes maken , stelt evt. alternatieven voor.
- De leidster zorgt voor een gezellige huiselijke omgeving, waarin kinderen vanuit een sfeer van veiligheid en vertrouwen zich prettig voelen.
- Werken met thema’s en projecten:
-
- Thema’s en projecten worden op creatieve wijze uitgediept
- Kinderen mogen zelf kiezen aan welke activiteit zij deel willen nemen, met de leidster wordt bekeken of de keuze mogelijk is i.v.m. aantal, leeftijd enz.
- Om te kiezen moet er wel een keuzeaanbod zijn, vrij spelen behoort ook tot het keuzeaanbod.
- Alle activiteiten vinden plaats in het kader van de vrije tijd, kinderen nemen dus vrijwillig deel, worden nooit gedwongen, wel gestimuleerd.
- De omgeving is zo ingericht zodat kinderen zich terug kunnen trekken
- De omgeving is zo ingericht dat kinderen zelfstandig spullen te kunnen pakken.
|
Als het kan, dat wil zeggen als er niet teveel kinderen zijn in de naschoolse opvang, vinden wij het leuk als kinderen zo nu en dan een vriendje of vriendinnetje meebrengen. Kunnen zij ook eens zien en beleven hoe het is bij De De Mollige Mol. Graag willen we dat de visite om 17:00 uur wordt opgehaald |
|
|
2.Algemene pedagogische uitgangspunten zijn;
- wederzijds respect voor elkaar
- onvoorwaardelijke acceptatie van elk kind
- stimuleren van alle ontwikkelingsgebieden
- ruimte voor individuele ontwikkeling
- voldoende bewegingsvrijheid, binnen en buiten
- geen verbaal en /of fysiek geweld
Deze uitgangspunten dienen als keurmerk voor de instelling.
ALGEMEEN:
Voeding
Vraag 1
Wordt er op de naschoolse opvang eten of drinken verstrekt?
Omschrijf de eetgewoonten;
We bieden de kinderen gezonde voeding aan en variëren daar regelmatig in om zo voor de afwisseling te zorgen.
We hebben elke dag veel fruit.
We hebben regelmatig:
Voeding: Fruit, groente (tomaat/komkommer e.d.), biscuitjes, ontbijtkoek, eierkoekjes, rijstwafels, soep. Blokjes kaas, knakworstjes, Yoghurt enz.
Drinken: thee, melk, aanmaaklimonade zonder toevoegingen, chocolademelk.
We bakken en koken ook heel regelmatig op De Mollige Mol.
In de vakanties hebben we ook een brood maaltijd.
Beleg:zowel zoet als hartig (ook gevarieerd).
De kinderen mogen zelf bepalen wat en hoeveel ze willen eten tenzij ouders bepaalde richtlijnen aangeven. Er wordt wel gelet op dat de kinderen geen grote hoeveelheden beleg ergens opdoen of grote hoeveelheden crackers (meer dan 2) eten.
Er staat 's middag altijd een kan limonade op tafel zodat de kinderen zelf drinken kunnen pakken als zij dat willen.
Het gaat voornamelijk om een gezellig moment na school samen te hebben, niet om een vierde maaltijd te nuttigen.
Ziekte
Bij ziekte de richtlijnen van de G.G.D. gehanteerd.
Vraag 2
A. Hoe handelen de leidsters als een kind ziek wordt bij de naschoolse opvang?
De leidster gaat bij het kind na wat de klachten zijn en stelt het gerust. Overlegt de bevindingen met de locatiemanager. Als het kind te ziek is om te blijven worden de ouders gebeld door de locatiemanager. Voor het kind wordt een rustig plekje gemaakt waar het samen met een leidster wacht totdat de ouder/verzorger komt.
B. Hoe handelen de leidsters als een kind een ongeluk(je) krijgt op het kinderdagverblijf? (gaat om het gedrag van leidsters niet om het feit dat ze kind in bed leggen maar wat doen ze wezenlijk)
De leidster vraagt bij het kind na wat er gebeurd is en wat de
eventuele klachten zijn en stelt het gerust. Ze behandelt eenvoudig
letsel. Als ze geen EHBO diploma heeft haalt zij een leidster die dit wel
heeft. De locatiemanager wordt op de hoogte gesteld. Afhankelijk van
het soort ongeluk en letsel worden ouders telefonisch op de hoogte
gesteld.
C. Worden ouders op de hoogte gesteld van geconstateerde besmettelijke ziektes bij andere kinderen? Hoe gebeurt dit?
Ja, d.m.v. een briefje op de deur en/of bord en middels de nieuwsbrief.
Hygiëne
Vraag 3
A. Welke regels zijn er voor de kinderen met betrekking tot de hygiëne?
Ze wassen hun handen voor en na het eten.
Ze wassen hun handen voordat ze aan een kook/bak activiteit beginnen.
Ze wassen hun handen met water en zeep na de toiletgang.
Ze wassen hun handen met water en zeep als ze in de zandbak hebben gespeeld.
Er wordt minstens een maal per dag een schone handdoek opgehangen bij de toiletten en in de keuken.
Ze niezen en snuiten met een stuk keukenpapier of tissue en moeten hun hand voor hun mond houden en gezicht afwenden.
Per potje smeerbeleg is er 1 mes. De kinderen mogen hun mes niet aflikken.
B. Worden kinderen op hoofdluis gecontroleerd en wat zijn de
afspraken wanneer er hoofdluis bij een kind geconstateerd
wordt?
Kinderen worden op school heel regelmatig op luis gecontroleerd en niet standaard op de NSO.
Als een kind jeuk op het hoofd aangeeft wordt het wel nagekeken.
Als het inderdaad luis heeft wordt dit gemeld bij de ouders. Deze dienen het kind op te halen en te behandelen.
Kinderen met een luizencape hangen hun jassen en spullen daarin. Andere kinderen leggen hun jassen zoveel mogelijk in mandjes.
Wennen
Vraag 4
A. Wat is de wenprocedure?
Een maand voor de startdatum maakt de locatiemanager een afspraak met de ouders voor een intakegesprek. De bedoeling is dat het kind juist dan al mee komt zodat meteen gekeken kan worden hoe het reageert. Aan de hand daarvan worden er met de ouders afspraken gemaakt wanneer, hoe vaak en hoe lang een kind komt wennen. Er wordt gekeken naar hoe het kind zich gedraagt en voelt in de groep. Als het meer tijd nodig heeft mag het vaker komen wennen. De wenprocedure kan dus per kind verschillen.
B. Welke afspraken worden er gemaakt?
Onze pedagogische visie, het activiteiten gericht werken, de omgang met kinderen wordt uitgelegd. De wendagen worden afgesproken. De ruimtes worden bekeken. Eventuele bijzonderheden over de kinderen worden besproken. Er wordt uitleg gegeven over hoe we de kinderen ophalen van school en hoe gemiddeld gezien een dag verloopt.
C. Wie houdt het intake gesprek?
De locatiemanager of de adjunct.
Rechten en plichten
Vraag 5
A. Welke rechten hebben de kinderen binnen de (naschoolse) opvang?
Ze mogen kiezen wat ze willen doen in hun vrije tijd.
Ze hebben inspraak op de activiteiten die we organiseren.
Ze hebben inspraak op het aanschaffen van b.v. speelgoed/materialen.
Ze denken mee over de omgangregels met elkaar zoals bv opruimen of hoe om te gaan met bepaalde ruimtes.
B. Welke plichten hebben kinderen binnen de (naschoolse) opvang?
Ze helpen met opruimen en zorgzaam te zijn voor de omgeving.
Ze mogen elkaar geen pijn en/of pesten en hebben respect voor de omgeving.
Ze mogen niet zelfstandig het terrein verlaten als ouders daarvoor geen schriftelijke toestemming hebben gegeven.
Ze melden zich af bij de leiding als ze naar huis gaan.
Zich houden aan de huisregels.
Samenwerking in het belang van het kind of de kinderen
Vraag 6
A. Op welke wijze wordt er samengewerkt met ouders?
Ongeveer vier keer jaar is er een vergadering waar de onderwerpen zoals pedagogisch beleid, activiteiten, veiligheid, inspraak, ouderparticipatie aan bod komen.
Ouders worden ook (schriftelijk) gevraagd en gestimuleerd om een activiteit op De Mollige Mol te komen doen in het kader van de ouderparticipatie. Dat vinden we heel belangrijk. Zij mogen dan zelf aangeven wat ze leuk vinden om te doen b.v. een dansles of tekenles komen geven, voorlezen, mee naar een uitstapje, iets bakken of koken met de kinderen enz.. In ruil daarvoor krijgen zijn een gratis dagdeel opvang aangeboden.
De ouders worden zoveel mogelijk geïnformeerd over nieuwe ontwikkelingen en de activiteiten die met de kinderen gedaan worden middels de nieuwsbrief die eens per maand verschijnt.
Door middel van foto's en verhaaltjes willen we laten zien wat we allemaal doen.
B. Werkt (de naschoolse) opvang samen met andere instanties, zo ja met welk doel?
Ja, met een diverse instanties: o.a. Brede school gemeente Delft, De Oostpoortschool, diverse kunstenaars enz. Kijk voor het overzicht op de website bij 'links'. Door de samenwerkingsverbanden is het mogelijk leuke activiteiten en workshops te organiseren voor de kinderen.. Zo hebben de kinderen een leuke tijd en betrek je ook meteen de omgeving
Lichamelijkheid en seksualiteit
Vraag 7
A. Wordt er bij de (naschoolse) opvang uitleg gegeven over sekseverschillen?
Ja, als dat aan de orde komt of bij de kinderen leeft, wordt daar uitleg op gegeven op hun niveau.
B. Mogen de kinderen kledingstukken uittrekken?
Ja, maar niet helemaal bloot.
C. Mogen de kinderen doktertje spelen?
Ja, tenzij het als vervelend ervaren wordt.
D. Wordt er geknuffeld met de kinderen?
Ja, wanneer het van de kinderen uitgaat.
E. Wordt knuffelen tussen de kinderen gestimuleerd?
Als een kind het niet wil, wordt het afgeremd. Het
wordt niet direct gestimuleerd. Kinderen mogen elkaar troosten als dat
nodig is.
Zindelijkheid ( indien van toepassing)
Vraag 8
A. Hoe vaak worden kinderen verschoond? NVT
B. Hoe wordt er met de zindelijkheidstraining omgegaan? NVT
C. Hoe wordt er op ongelukjes gereageerd?
Het kind krijgt schone kleding wordt zo nodig geholpen bij de
verschoning. We laten het kind merken dat het niet erg is en dat het kan
gebeuren.
D. Gaan kinderen gezamenlijk naar het toilet?
Ze gaan naar het toilet wanneer ze moeten.
E. Mogen kinderen zelfstandig het toilet bezoeken?
Ja, kleine kinderen mogen het opstapje krukje gebruiken om goed te gaan zitten.
Straffen en belonen
Vraag 9
Wordt er op de naschoolse opvang gestraft en of beloond en op welke wijze gebeurt dit dan eventueel?
Er wordt zoveel mogelijk geprobeerd om een probleem vanuit een positieve sfeer met de kinderen te bespreken. Ieder moet zijn mening kunnen geven en we moeten ook luisteren naar elkaar.
Er wordt niet geschreeuwd tegen de kinderen of veroordelend gepraat.
Als kinderen iets bv goed op hebben geruimd, leuke ideeën hebben aangedragen wordt dit positief beloond met woorden of een leuke activiteit.
Het gebeurt wel eens dat als bv een kind niet goed heeft opgeruimd, hij een sanctie krijgt bv dat hij/zij niet op de computer mag voordat het opgeruimd is.
Als een kind een ander pijn heeft gedaan wordt dit uitgepraat. Een kind is niet verplicht het woord sorry te zeggen als het niet uit zijn hart komt. Maar moet wel blijk geven dat hij snapt dat het niet goed is wat hij heeft gedaan. Dat kan ook d.m.v een hand geven.
Regels met betrekking tot mijn en dijn
Vraag 10
A. Mogen kinderen spullen van thuis meebrengen naar de
(naschoolse)opvang.
Het mag wel maar heeft niet de voorkeur omdat ze ook veel van school
meekrijgen. Ze zijn zelf verantwoordelijk als het kwijt raakt. We
stimuleren ze om het in hun tas of mandje te doen als ze er niet mee
spelen.
B. Mogen kinderen spullen van de ( naschoolse) opvang mee naar huis nemen en met welk doel mag dit?
De kinderen maken zelf veel dingen zoals knutsel/kunstwerkjes en
dingen die ze gebakken hebben. Die mogen ze altijd mee naar
huis nemen. Spullen die van de opvang zijn worden in principe niet
meegenomen.
Komen en gaan
Vraag 11
A. Hoe worden kinderen ontvangen?
De kinderen worden lopend van de Oostpoortschool gehaald. Daar worden ze door een leidster uit de klas opgehaald. Kinderen die schriftelijk toestemming hebben om zelfstandig naar de opvang te gaan moeten zich eerst melden bij de leiding alvorens ze gaan..
Op de NSO hangen de kinderen hun spullen op. Hun naam wordt op het white board geschreven zodat we weten dat ze aanwezig zijn. De kinderen worden op de NSO uitgenodigd aan tafel te komen om wat te drinken en te eten en te praten. Kinderen die dat niet willen mogen spelen maar moeten niet de kinderen storen die wel rustig willen eten en drinken. Ze kunnen, als ze toestemming van ouders hebben, al zelfstandig buiten op het plein spelen. Er blijft de hele middag wel een kan limonade op tafel staan zodat de kinderen drinken kunnen nemen als ze dat willen.
B. Hoe wordt er aan het einde van de middag afscheid genomen?
Er wordt altijd gedag gezegd en nog even een praatje gehouden met ouders indien gewenst. We vragen ook van kinderen en ouders om te melden als ze weggaan zodat we het overzicht goed blijven houden wie er nog wel en niet meer is. De namen worden van het white board gewist als de kinderen weg gaan.
C. Hoe wordt er van de naschoolse opvang afscheid genomen, wanneer het kind niet meer naar de opvang zal komen?
Er wordt iets persoonlijks gemaakt, met foto's en een verhaaltje. Het kind
mag, als hij dit graag wil uitdelen maar dat laten we aan het kind en de
ouders over.
WEDERZIJDS RESPECT VOOR ELKAAR:
Vraag 12
A. Vertel iets over de eetgewoonten.
De kinderen worden bij aankomst uitgenodigd aan tafel te komen om wat te drinken en te eten en te praten. Kinderen die dat niet willen mogen spelen maar moeten niet de kinderen storen die wel rustig willen eten en drinken. Kinderen die schriftelijk toestemming hebben van hun ouders kunnen al zelfstandig op het plein spelen. Er blijft de hele middag wel een kan limonade op tafel staan zodat de kinderen drinken kunnen nemen als ze dat willen.
Zie ook verder bij voeding
B. Is er een diversiteit aan spelmaterialen en boekjes?
Ja, dit wordt ook regelmatig in overleg met de kinderen aangepast en
vernieuwd.
C. Welke feesten worden er op de naschoolse opvang gevierd?
Sinterklaas, kerst, zomerfeest.
Aan de meeste reguliere feesten wordt eigenlijk wel enige aandacht gegeven maar doorgaans op een rustige en bescheiden manier. De kinderen hebben ook op school en vrije tijd met veel feest elementen te maken zoals bv sinterklaas, dat we dan juist voor kiezen om geen sinterklaas te laten komen maar dit op een andere manier met de kinderen in te vullen. Soms wordt het iets te veel. Er wordt gekeken waar de kinderen behoefte aan hebben en wat er leeft bij ze.
D. Hoe wordt er met onderlinge verschillen omgegaan?
Er wordt zoveel mogelijk benadrukt dat we misschien wel verschillen maar
dat je respect voor elkaar moet hebben. Iedereen heeft bijzondere kanten.
Vraag 13
Hoe wordt er binnen de opvang omgegaan met conflicten tussen
A. Kinderen onderling
.
Er is weinig ruzie. Een eventueel conflict wordt uitgepraat. Eerst laten we
het de kinderen zelf proberen op te lossen, lukt dit niet dan bemiddelt de
leiding.
B. Kinderen en leidsters
Conflict tussen leidster en kind wordt uitgepraat. De leidster
heeft daarbij een positieve houding. Als het niet lukt bemiddelt de
locatiemanager.
ACCEPTATIE VAN ELK KIND:
Vraag 14
Op welke wijze wordt er getracht recht te doen aan de eigenheid en eigen mogelijkheden van het kind?
Wat ze zelfstandig kunnen mogen ze zelfstandig. Daarvoor is schriftelijke toestemming gevraagd aan ouders. We gaan uit van de ideeën van kinderen en proberen daar op in te spelen. Zelf dragen we ook ideeën aan omdat kinderen ook niet weten wat er allemaal kan en bestaat. We proberen ieder kind te accepteren zoals het is en willen dat ook aan de andere kinderen meegeven.
Zelfstandigheid
Vraag 15
A. Wat moeten kinderen zelf kunnen
Dat is een beetje leeftijdsafhankelijk.
- zelf brood smeren en drinken inschenken
- zelf aan- en uitkleden
- zelf opruimen
- zelf materialen pakken die ze nodig denken te hebben voor een activiteit. De echt gevaarlijke apparaten en materialen gaan onder begeleiding.
- Grotere kinderen mogen met toestemming van ouders zelf een boodschap doen bij de supermarkt.
- Grotere kinderen mogen met ouderlijke toestemming zelfstandig spelen op het plein.
- Grotere kinderen mogen met toestemming mee fietsen naar de locatie met de bakfiets.
- Grotere kinderen mogen met toestemming zelfstandig naar huis gaan.
B. Hoe wordt de zelfstandigheid gestimuleerd?
Wanneer kinderen iets vragen om bv iets voor ze te pakken, wijzen we ze er op dat ze dat zelf mogen en als ze er niet bij kunnen, kunnen ze een stoeltje pakken of het aan een groter kind vragen. Op deze manier stimuleren we ook dat de oudere/grotere kinderen de jongeren helpen.
Individualiteit
Vraag 16
A. Hoe gaan de leidsters ermee om als een kind niet wil deelnemen aan een gezamenlijke activiteit?
Een kind is niet verplicht deel te nemen. De leidster vraagt wel waarom het kind niet wil en ze biedt alternatieven aan.
B. Hoe weten we of een kind zich prettig voelt?
Door het kind te oberveren en door met ze te praten
C. Mag een kind alleen zijn, met rust worden gelaten?
Ja
D. Mag het kind zijn/haar eigen gang gaan?
Ja, maar anderen moeten er geen last van ondervinden.
Eigenheid
Vraag 17
A. Wat gebeurt er als een kind iets niet lust?
Het wordt aangeboden om te proberen. Wil het kind het niet dan hoeft het niet.
B. Wat gebeurt er als het kind iets anders wil als de andere kinderen?
Dan mag het iets anders gaan doen. Het kind mag op zijn beurt niet de andere kinderen proberen te dwingen te doen wat hij wil doen.
STIMULEREN VAN ALLE ONTWIKKELINGSGEBIEDEN:
Wij maken onderscheid tussen de groep en het individuele kind.
Lichamelijke ontwikkeling, belicht zowel de grove als de fijne motoriek.
Vraag 18
A. Op welke wijze wordt binnen de naschoolse opvang de lichamelijke ontwikkeling gestimuleerd?
Grove motoriek
sport en dans spelletjes buiten, de grote gymzaal, de speelzaal (kleine
gymzaal en de aula. Ook zagen en timmeren horen tot de grove motoriek.
Fijne motoriek
Knutselen met allerlei materiaal, tekenen, woordspelletjes op schrijven,
puzzels, breien, naaien, snijden bij het bakken en koken enz. enz.
B. Welke activiteiten worden aangeboden, moeten de kinderen meedoen?
Moeten de kinderen afmaken waar ze mee begonnen zijn?
Er worden door het jaar heen diverse activiteiten aangeboden zoals;
sport, dans, naaien, knutselen enz. Er is een activiteiten programma dat voor een jaar gepland wordt. Dat is tot stand gekomen door met de kinderen te praten. Wat betreft de motoriek kunnen ze buiten spelen, voetballen, bouwen met kapla of lego enz. Kinderen kunnen kiezen waar ze aan mee doen maar moeten niet. Ze hoeven niet af te maken waar ze mee bezig zijn. Soms is het een project waar ze mee verder willen. Maar ze moeten wel hun spullen opruimen.
C Welke materialen zijn op het (naschoolse)opvang aanwezig?
|
|
Sport spullen, bal, springtouw, badminton, fietsjes, steppen, hoepels ed. Timmer en zaagmaterialen |
|
|
Puzzels, Kapla, bouwmaterialen |
D. Hoe wordt een achterstand ten opzichte van leeftijdsgenoten geconstateerd en hoe wordt hier mee omgegaan?
Dat is nog niet aan de orde geweest. Een eventuele achterstand (maar ook voorsprong) wordt geconstateerd door het kind te observeren in zijn gedrag, spel, omgang met anderen enz. In dat geval zal met het team en ouders besproken worden wat we het kind kunnen aanbieden en hoe we daarmee omgaan.
Sociaal emotionele ontwikkeling
Vraag 19
A. Op welke wijze wordt binnen de naschoolse opvang de sociaal emotionele ontwikkeling gestimuleerd?
De kinderen veel samen laten spelen en conflicten zelf op laten lossen.
Ze stimuleren elkaar te helpen.
Omgaan met winnen en verliezen met spelletjes spelen.
B. Welke activiteiten worden aangeboden, moeten de kinderen meedoen?
Moeten de kinderen afmaken waar ze mee begonnen zijn?
toneel, gezelschapspelletjes, verkleden, schminken enz.
Ze hoeven niet af te maken waar ze mee bezig zijn. Soms is het een project waar ze mee verder willen. Maar ze moeten wel hun spullen opruimen.
C. Welke materialen zijn op de (naschoolse)opvang aanwezig?
Verkleedkleding, fantasie spelletjes, kleden, poppen, autohoek, garages, kussens, matrasjes, muziek, boeken, strips
Verstandelijke ontwikkeling
Vraag 20
A. Op welke wijze wordt binnen de (naschoolse) opvang de verstandelijke ontwikkeling gestimuleerd?
Door ze uit te dagen en te prikkelen.
B. Welke activiteiten worden aangeboden, moeten de kinderen meedoen?
Moeten de kinderen afmaken waar ze mee begonnen zijn?
Speurtochten verzinnen en uitzetten, taal spelletjes, computerspelletjes,
leesmateriaal, ontdek materialen enz.
Ze hoeven niet af te maken waar ze mee bezig zijn. Soms is het een
project waar ze mee verder willen. Maar ze moeten wel hun spullen
opruimen.
C.Welke materialen zijn aanwezig?
Gezelschapspelletjes, puzzels, computerspelletjes, ontdekspellen enz.
D. Hoe wordt een achterstand ten opzichte van leeftijdsgenoten geconstateerd en hoe wordt hier mee omgegaan?
Een eventuele achterstand (maar ook voorsprong) wordt geconstateerd door het kind te observeren in zijn gedrag, spel, omgang met anderen enz. In dat geval zal met het team en ouders besproken worden wat we het kind kunnen aanbieden en hoe we daarmee omgaan.
Taalontwikkeling
Vraag 21
A. Op welke wijze wordt binnen de (naschoolse) opvang de taalontwikkeling gestimuleerd?
Door te praten met en te luisteren naar de kinderen. Lezen met de kinderen, verhalen verzinnen en vertellen, muziek beluisteren.
B. Welke activiteiten worden aangeboden en moeten kinderen meedoen? Moeten de kinderen afmaken waar ze mee begonnen zijn?
Lezen, verhalen verzinnen en vertellen, woord- en schrijfspelletjes.
Ze hoeven niet af te maken waar ze mee bezig zijn. Soms is het een
project waar ze mee verder willen. Maar ze moeten wel hun spullen
opruimen.
C. Welke materialen zijn aanwezig?
Teken- schrijfmaterialen, computer, boeken, tijdschriften, muziek
D. Hoe wordt een achterstand ten opzichte van leeftijdsgenoten geconstateerd en hoe wordt hier mee omgegaan?
Een eventuele achterstand (maar ook voorsprong) wordt geconstateerd door het kind te observeren in zijn gedrag, spel, omgang met anderen enz. In dat geval zal met het team en ouders besproken worden wat we het kind kunnen aanbieden en hoe we daarmee omgaan.
E. Wordt er met een taalprogramma gewerkt?
Nee
Creatieve ontwikkeling
Vraag 22
A. Op welke wijze wordt binnen de (naschoolse) opvang de creatieve ontwikkeling gestimuleerd?
Door het aanbieden van creatieve activiteiten aan te beiden en kinderen te stimuleren hun fantasie de vrije loop te laten nemen.
B. Welke activiteiten worden aangeboden, moeten kinderen meedoen?
.
Toneel, schminken, knutselen met afvalmateriaal, koken, sporten, yoga enz.
C. Moeten kinderen afmaken waar ze aan begonnen zijn?
Ze hoeven niet af te maken waar ze mee bezig zijn. Soms is het een
project waar ze mee verder willen. Maar ze moeten wel hun spullen
opruimen.
E. Welke materialen zijn aanwezig?
Kapla, lego en andere bouwmaterialen, Knutselmateriaal waaronder veel
afvalmateriaal, Bak/kookspullen, verkleedspullen, kleden, doeken.
F. Hoe wordt een achterstand met leeftijdsgenoten geconstateerd en hoe wordt hier mee omgegaan?
Een eventuele achterstand (maar ook voorsprong) wordt geconstateerd door het kind te observeren in zijn gedrag, spel, omgang met anderen enz. In dat geval zal met het team en ouders besproken worden wat we het kind kunnen aanbieden en hoe we daarmee omgaan.
RUIMTE VOOR INDIVIDUELE ONTWIKKELING
Vraag 23
Om welke reden krijgt het kind individuele activiteiten aangeboden?
We streven ernaar om ieder kind zoveel mogelijk persoonlijke aandacht te geven
Als het we het gevoel hebben dat het kind niet lekker in zijn vel zit, zich verveelt, niet genoeg uitdaging heeft enz. We proberen in gesprek met het kind te ontdekken wat het kan zijn of we het op kunnen lossen of niet en bespreken dat ook met het team.
Vraag 24
Hoe wordt getracht kinderen zelfbewustzijn, eigenwaarde en zelfvertrouwen bij te brengen?
Door de dagelijks dingen, gebeurtenissen in het leven te benoemen. Als een kind de takken van de bomen trekt vraag je waarom hij dat doet, of hij kan bedenken wat dit voor de boom betekent enz. Als een kind iets goed kan en/of doet laat je dat merken enz.
VOLDOENDE BEWEGINGSVRIJHEID BINNEN EN BUITEN
Letterlijk;
Vraag 25
Hoe is de ruimte ingericht, zijn er mogelijkheden om eigen ontdekkingen te doen en wat zijn de grenzen?
Binnenruimte:
De ruimte moet nog opnieuw ingedeeld worden. Nu staan er vooral tafels en stoelen omdat het bals kinderkookcafé wordt gebruikt. De bedoeling is dat er verschillende hoeken gemaakt worden.
Verkleedhoek, poppen/kussenhoek, spelletjeshoek, twee computers, een keyboard, een tafelvoetbal. Er staan twee tafels waar aan gegeten kan worden en spelletjes gespeeld worden. Er liggen kleden op de vloer waar ze met play mobiel of auto’s kunnen spelen.
In de tussenruimte staan vier tafels. Een grote om aan te eten en een kookactiviteit te doen. Een tafel voor de administratie en twee tafels waar de kinderen aan kunnen tekenen en knutselwerken kunnen laten drogen. Er staat een laag tafeltje waar de kleine kinderen aan kunnen tekenen. In de kast die ernaast staat staan bakken met potlopen en stiften e.d. die ze kunnen gebruiken. Daarachter ligt meteen het atelier waar ze alles kunnen knutselen wat ze willen. Er staan open kasten en bakken zodat kinderen zien wat er is en kunnen pakken wat ze nodig hebben.
Er is een keuken met een oventje, een inductiekookplaat en machines zoals de vaatwasser, koelkast e.d.
In de school bevindt zich, aangrenzend aan ons deel, de gymzaal waar we sport spellen mogen doen. In de school zelf is verder nog een aula waar we in overleg toneel en dans spellen mogen doen en een kleutergymzaal voor kleuterspelletjes.
Vraag 26
Hoe is de buitenruimte ingericht, zijn er mogelijkheden ontdekkingen te doen en wat zijn de grenzen?
Er is een groot schoolplein die omsloten is met een metalen hek. Er staat boom. Ook staat er een schuurtjes waar de fietsen en het buitenspeelgoed in opgeslagen staan. Verder is er een zandbak, twee duikelrekken, een basketbal net en paaltjes om overheen te lopen.
In een straat achter de locatie ligt een grote gemeente speeltuin met o.a. twee glijbanen, een heuveltje waar je ook onderdoor kunt een voetbalveld en een klimmuur. Als het goed weer is gaan we daar regelmatig met wat kinderen en leiding naar toe.
Vraag 27
Kan en mag het kind zich terugtrekken?
Ja, maar er wordt wel aandacht besteed aan de reden. Stel dat het kind bang is voor een ander kind dan moet dat opgelost worden.
Vraag 28
Zijn er plaatsen waar kinderen niet door volwassenen gezien worden?
Kinderen kunnen zich eventueel terugtrekken in een ruimte dat nog aangekleed moet gaan worden als chil ruimte. Sommige kinderen willen samen wat bespreken of even rust en in overleg met ons mag dat. We gaan wel regelmatig even kijken of alles in orde is.
Figuurlijk;
Vraag 29
Op welke wijze worden kinderen gestimuleerd zichzelf te ontplooien en wat zijn de grenzen?
Ze mogen vrijelijk bepalen wat ze willen doen buiten. Ze mogen anderen niet hinderen in hun spel.
Vraag 30
Mogen kinderen zelf ontdekken wat ze kunnen en wat niet?
.
Ja, tenzij het te gevaarlijk is.
GEEN VERBAAL EN /OF FYSIEK GEWELD
Vraag 31
Hoe wordt er omgegaan met:
A. Schelden
B. Vloeken
C. U of jij zeggen.
D. Vieze woorden
E. Brutaliteit ten aanzien van volwassenen of andere kinderen
.
Als kinderen schelden, vloeken, vieze woorden gebruiken en brutaal zijn worden ze daarop aangesproken om dat niet te doen. Het is niet respectvol.
Ze hoeven geen u te zeggen maar je en jij. Als een kind zelf graag u wil zeggen dan mag dat.
Vraag 32
Hoe wordt er gereageerd op kinderen die;
A. Elkaar pijn doen
Die worden daar op aangesproken. Elkaar pijn doen mag niet en dat moet
duidelijk zijn.
B. Spullen van elkaar afpakken
Als de kinderen er niet zelf uitkomen worden ze daar op aangesproken,
waarom ze dat doen en of het op een andere manier opgelost kan worden.
CONTINUITEIT
Vraag 33
A. Is er een vaste dagritme in de (naschoolse)opvang
Ja in het kort, kinderen halen, ontvangen, eten en drinken, activiteiten
kiezen, afsluiten.
B. Zijn er rituelen?
Ja, als een kind jarig is mag het op de tafel staan. Hij/zij mag bepalen
welk liedje er gezongen wordt. Het kind mag uitdelen en een cadeautje uit de doos zoeken.
C. Zijn er vaste leidsters?
Ja, het weekrooster is altijd hetzelfde. De kinderen en ouders weten precies wie er die dag is, dat hangt ook op de locatie. Bij inval proberen we zoveel mogelijk vaste invalkrachten te gebruiken.
OPMERKINGEN en AANVULLINGEN;
Zijn er binnen dit kinderdagverblijf nog pedagogische zaken die in het bovenstaande niet aan de orde zijn geweest, beschrijf die dan hier.
In de vakantieperiode en op studiedagen van de scholen zijn we de hele dag open van 8.00-18.00. In samenspraak met de kinderen worden er extra leuke dingen op die dagen gepland en uitstapjes gemaakt.
Op de website van de NSO worden beschreven;
De openingstijden
Sluitingsdata
Contactgegevens
Pedagogische beleid
Ouderparticipatie
Zelfstandigheidsverklaring
Toestemming om foto's te gebruiken
Activiteitenprogramma
Bijlage
Dagindeling NSO
15.05/15.05
De locatie van de Oostpoortschool op het Oosteinde is om 15.05 vrij en op de Nieuwelaan om 15.10. De kinderen worden op beide locaties door de vaste begeleiders uit de klas gehaald en verzameld. Als iedereen er is dan gaan we met z'n allen lopend naar De Mollige Mol. Kinderen die zelfstandig mogen naar de locatie moeten zich eerst melden bij de leiding voor ze vertrekken.
15.15/15.30 aankomst op De Mollige Mol
Als iedereen aangekomen is wordt vriendelijk verzocht om hun jas en tas op te hangen aan de kapstop. Als ze hun schoenen uit willen moeten ze die bij de kapstok uit doen. De kinderen worden uitgenodigd om aan tafel plaats te nemen. Bij elke tafel zit een (vaste) begeleider.
Ze kiezen zelf wat en hoeveel ze willen eten en drinken. Er wordt gekletst over onderwerpen die de kinderen en/of de leiding aandragen. Ondertussen kruist de leiding op de lijst aan wie er is.
15.45/16.00
Na het eten mogen de kinderen kiezen wat ze willen doen.
In elke ruimte/plek is vaste leiding aanwezig.
Er wordt regelmatig een activiteit gedaan door een vakkracht
De kinderen kunnen knutselen in de atelierhoek
Buiten spelen /activiteiten op het plein
Buitenspelen met de leiding naar een gemeente speeltuin
Bakken en koken in groepsruimte 1.
Vrij spel in het groepsruimte 1
Vrij spel in beweegruimte groepsruimte 2
Gymzaal van de Oostpoortschool
Speelzaal van de Oostpoortschool
Het hangt er van af hoeveel en welke kinderen en zijn op de dag hoe het verloopt. Het aanbod wordt regelmatig vernieuwd en afgestemd op de interesses van de kinderen. Soms gaan we ook op stap, boodschappen doen, naar de botanische tuin enz.
17.00
Limonade en gemaakte hapjes opeten.
17.30
Opruimen
18.00
Sluiten
Dagindeling vakantie (we voegen samen met andere locaties in de vakantie)
8.00/10.00
Ontvangst
10.00
Limonade en koekje/fruit
Afhankelijk van de geplande activiteiten gaan die van start. Dat kan heel verschillende zijn.
12.00
Als we op de locatie zijn dekken we rond deze tijd de tafel en gaan of een broodmaaltijd eten of iets lekkers zoals pannenkoeken of tosti's.
Zijn we niet op de locatie dan picknicken we dus onderweg.
16.00-17.00
Rond deze tijd zijn we weer terug op de locatie. We drinken en eten nog wat gezamenlijk.
18.00
Sluiting



